Wat is het coronavirus

 

Update 13 04 2020


Coronavirus, wat is het?
Elk virus gedraagt zich als een parasiet met als doel om zich te vermenigvuldigen. Dat doet een virus door een cel van een gastheer binnen te dringen en genetisch materiaal in deze cel los te laten. Vervolgens kan het virus eiwitten oppikken en zich vermenigvuldigen. Er kunnen duizenden virusdeeltjes worden gemaakt in een cel en daardoor wordt een cel zo zwaar beschadigd dat de cel uiteindelijk dood gaat. Hoe meer cellen beschadigd worden, hoe zieker iemand wordt.
 
Coronavirus (Covid-19)
Covid-19 is een nieuw ziektebeeld, het is echter duidelijk dat het nieuwe coronavirus het op de luchtwegen heeft gemunt. Covid-19 is genetisch gezien het meest verwant aan het virus SARS (Severe Acute Respiratory Syndrome) dat uitbrak in 2003. Als het virus eenmaal binnen is, kruipt het door tot de slijmvliezen achter in de keel. Terwijl de gastheer last krijgt van een schrale keel en een droge hoest, dringt het virus dieper door in het lichaam via de bronchiën de longen in. Intussen heeft het immuunsysteem de infectie ontdekt en stuurt er antilichamen en afweercellen op af. Als dit op tijd gebeurt, komt de infectie niet tot ontwikkeling. Komt dit proces traag op gang dan heeft het een immunologische ontstekingsreactie tot gevolg. Naar het gebied waar het virus huishoudt, stroomt een geweldige hoeveelheid afweercellen. Het slijmvlies in de longblaasjes verdikt, waardoor het lastiger wordt voor de longen om zuurstof door het dunne membraan van de blaasjes in de bloedbaan te krijgen. Bovendien vullen de longblaasjes zich met vocht en pus. De patiënt krijgt het benauwd en gaat steeds sneller ademen. Dit is het standaardproces bij alle virale longontstekingen die uit de hand lopen. Door het nieuwe coronavirus wordt circa 80 procent van de besmette mensen niet of nauwelijks ziek en herstelt vanzelf. De overige 20 procent wordt behoorlijk ziek.

 

Symptomen
Symptomen zijn onder meer een droge hoest, benauwdheid, niezen en koorts. Een grote groep hiervan herstelt alsnog na vijf of zeven dagen maar een fractie verslechtert plotseling om een nog onbekende reden. Ze moeten alsnog naar het ziekenhuis en als ze daar al lagen, komen ze op de intensive care (IC). Een reden voor de plotselinge verslechtering zou kunnen zijn dat de immunologische reactie na een paar dagen opnieuw opgang komt. De ontsteking in de longen, met oedeem, zou dan dus ook toenemen, terwijl het virus dan al niet meer te detecteren is. Een andere reden kan zijn dat het immuunsysteem het virus niet op tijd weet af te remmen of onder controle weet te krijgen. Het zou ook een combinatie van de twee bovenstaande redenen kunnen zijn. Ten slotte kunnen er ook complicaties optreden. Er kan bijvoorbeeld een bacteriële longinfectie over de virusaanval heen komen.

 

Het afweersysteem
Het afweersysteem begint het virus te bestrijden door de longen te overspoelen met immuuncellen, die de beschadigde cellen opruimen en het longweefsel repareren. Als alles naar behoren werkt, is dit ontstekingsproces nauwgezet en beperkt tot de besmette weefsels. Maar soms is de immuunrespons te groot, waardoor ook gezonde cellen worden verwoest. Door deze heftige immuunrespons krijgt men dus te maken met méér in plaats van minder schade. Nog meer afvalstoffen hopen zich in de longen op en de longontsteking wordt erger. In de derde fase verergert de longontsteking zich nog verder, wat kan leiden tot respiratoire insufficiëntie. Ook als de patiënt hierdoor niet overlijdt, kan de schade aan de longen onherstelbaar zijn. Volgens de WHO (World Health Organisatie) leidde SARS tot het ontstaan van gaten in de longen, waardoor ze een “honingraatvormige aanblik” kregen, en het lijkt erop dat dit patroon ook bij patiënten van het nieuwe coronavirus is te herkennen. De gaten ontstaan waarschijnlijk door de hyperreactiviteit van het immuunsysteem, wat tot de vorming van littekenweefsel en een verstijving van de longen leidt. In dat geval moet de patiënt doorgaans aan de beademing. Intussen worden de membranen tussen de longblaasjes en de bloedvaten steeds poreuzer, waardoor de blaasjes zich met vocht kunnen vullen en de bloedbaan niet langer van zuurstof kunnen voorzien. In zeer ernstige gevallen kan de patiënt niet meer ademhalen. Dat is hoe mensen aan de ziekte overlijden.